|
|
Sri Lanka staat bekend als 'de parel van de Indische Oceaan'. Een verwijzing niet alleen
naar vorm en ligging van het eiland, maar ook naar de weelderige plantengroei, de prachtige
palmstranden, uitgerekte theeplantages en de culturele tradities.
Maar sinds de jaren 80 van de vorige eeuw wordt het land ook vaak 'de traan van Zuid-Azie'
genoemd. Deze typering is vooral een verwijzing naar het etnische confict tussen Tamils
en Singalezen.
|
Volgens de legende is Anuradhapura, de oudste stad van Sri Lanka, in 437 v Chr. Gesticht door koning Anuradha en naar hem genoemd. Ruim 12 eeuwen lang was het de residentie van 119 Singalese koningen en fungeerde de stad als het politieke, culturele, economische en godsdienstig middelpunt van het eiland. Volgens de kronieken was het een stad met afzonderlijke wijken voor jagers,handwerkslieden, straatvegers, buitenlandse handelaren en ?andersdenkende?, dus niet-hindoes. In sommige steden van Sri Lanka is deze celstructuur tot op heden ten dele intact gebleven en zijn er nog vele stadswijken waar een bepaald ambacht nadrukkelijk het straatbeeld bepaald.
In 247 v Chr, ging de stad van het hindoeïsme over tot het boeddhisme.
De
linkerkant van zijn gezicht beeld de periode voor zijn verlichting uit (een lijdende
uitdrukking). De rechterkant van zijn gezicht beeldt de periode na zijn verlichting uit
en symboliseerd de geestelijke rust, voortkomend uit volmaakte kennis en vrijheid van
begeerten.
Deze halfcirkelvormige drempelsteen beeldt in reliëfs de weg uit die van de aardse begeerte leidt naar het nirwana, dat als een gestileerde lotusbloem in het midden van de steen is vormgegeven, en vormt de toegang vormt tot de trap naar de tempel.
De treden stellen de verschillende fasen voor die de gelovigen moet doorlopen om tot verlossing te komen. Het beeldhouwwerk van de maansteen moet de geest van de pelgrims beinvloeden.
Deze
dagoba ( letterlijk ?de onverschrokken giri?) , is gebouwd van roodbruine bakstenen. Hij is
niet gerestaureerd, maar in de toestand gelaten zoals hij werd uitgegraven. De dagoba is
genoemd naar een jain-monnik. Het jainisme is gesticht door Mahavira, een tijdgenoot van
de historische boeddha. Hij predikte de heiligheid van alle levende wezens, de juistheid
van rechtvaardige gedachten en het belang van geweldloosheid. Door ascese kon men vrij
worden van tijd, ruimte en materie. In India zijn nog veel jain-tempels.
Dit bad van de monniken draagt de naam Kuttam Pokura en bestaat uit 2 stenen baden die in elkanders verlengde liggen.Het bovenbad was bestemd voor drinkwater,in het benedenbad konden de monniken zich wassen, op deze wijze kon het drinkwater niet vervuild worden.
Maansteen.
Tweelingvijver
Voor boeddhisten is Anuradhapura in de 1e plaats de stad waar zich èèn van de meest aanbeden relikwieën van sri lanka bevindt; de Sri Maha Bodhi. Het is een stek van de heilige bo-boom uit de Indiase stad Bodh Gaya, waaronder Boeddha zijn verlichting ontving. In 247 v Chr. Werd deze loot door de Indiase keizer Ashoka geschonken aan de 1e boeddhistische koning van Sri Lanka. Nog dagelijks komen pelgrims naar Anuradhapura om de heilige boom te aanschouwen. Boeddhisten beschouwen hem als de oudste historische boom, ruim 2200 jaar oud. Het terrein is voor iedereen vrij toegankelijk, mits blootshoofds en ongeschoeid.
|
|
Rondom de boom is een verguld hekwerk dat rust op een lange rij olifantskoppen. De
verzorging van de boom geschiedt
door boomkwekers ( met overervende rechten) en monniken.
Hier en daar moeten de takken van de boom ondersteund worden.
![]() Het heiligdom wordt betreden door een witte poort met daarvoor twee maal vier zuilen en een maansteen geflankeerd door twee wachterstenen. |
![]()
|
![]() Op veel plekken branden olielichtjes, die de gelovigen vullen met kokosnootolie en met een lontje ontbranden ter ere van Boeddha |
![]() Anderen hangen gebedsvaantjes aan het buitenhek. De verschillende kleuren symboliseren onder andere de elementen water, vuur, aarde, hout en metaal. De gebedsvlaggetjes zijn tevens zinnebeeldige voorstellingen van gebeden of dankzeggingen van de gelovigen, die vervolgens door de wind naar het nirwana worden geblazen. |
|
Deze dagoba is ong. 100 m hoog en werd in de 2e eeuw voor Chr, gebouwd door Dutthe Gamani.
Het terras waarop de dagoba rust is aan de buitenzijde verfraaid met honderden
olifantskoppen. Ze wekken de indruk alsof ze de dagoba op hun schouders dragen en
herinneren aan het feit dat toen de koning Anuradhapura heroverde op de Tamils, hij er op
een olifant heen reed. De hoge vergulde spits bevat een groot rotskristal dat door de
boeddhistische gemeenschap van Birma werd geschonken.
|
|
